Biografie over Henk Schiffmacher: 'De één heeft een gat in z'n hand, de ander in z'n neus'

Een afgekickt cokeverslaafde, een drugsdealer, een hoerenloper en een Hells Angels-maatje. Wie de biografie van tattoo-artiest Henk Schiffmacher leest die vandaag uitkomt, komt dit allemaal in de inleiding al tegen. Journalist Corrie Verkerk schreef het boek en noemt het 'het persoonlijke verhaal van een levende legende'.

Het eerste hoofdstuk van Schiffmachers 'Dope' is meteen een van de langste; het gaat over drugs. Sinds z'n eerste snuif in 1973 werd hij naar eigen zeggen een grootverbruiker van cocaïne. 'Daar is best veel aan opgegaan. Ik ben ook geen huizenbezitter en heb geen pensioen. De één heeft een gat in z'n hand, de ander in z'n neus', zegt Schiffmacher.

Henk groeide op in een slagersfamilie in Harderwijk en verhuisde voor z'n eerste liefde Els naar Amsterdam. Nadat hij als fotograaf voor onder andere de Bijenkorf en de Nieuwe Revu heeft gewerkt, begint de tattoowereld te lonken: 'Het was onontkoombaar om iemand te gaan tatoeëren. Ik had redelijk tekentalent, daar ontbrak het toen nogal aan in de tattoowereld, dus toen er een paar bands waren geweest was het hek van de dam.'

In 1996 opent Schiffmacher zijn eerste tattoomuseum. Vier jaar later moest die weer dicht, om het in 2011 nog eens te proberen. Wederom zonder succes. Maar Henk geeft zijn jongensdroom niet op: 'Driemaal is scheepsrecht toch. Drie kruizen in het Amsterdamse wapen. I'm not done yet. M'n vrouw wordt nu alweer moe van me, maar ik wil het nog wel een keer proberen.'

Met die vrouw, de liefde van z'n leven, Louise, trouwde hij in 2005. Het gaat jarenlang slecht met hun gezondheid. Maar zij is inmiddels genezen van leverkanker, hij heeft z'n leven gebeterd door af te kicken: 'Nu weten we weer dat het nog kan en dat we nog een stuk ouder kunnen worden. Ik heb een enorm rijk leven gehad. En nog steeds, want it ain't over yet.'