Rekenkamer: 'Veel minder extra geld bij minima dan beoogd door college'

Hoewel het college in 2014 de begroting van de afdeling Armoedebestrijding met 21 miljoen euro heeft verhoogd, hebben Amsterdamse minima 'daar veel minder van gemerkt'. Dat stelt de Rekenkamer Metropool Amsterdam na onderzoek.

Volgens de Rekenkamer wilde het huidige college dat minima in de stad vanaf 2015 ieder jaar 21 miljoen euro extra zouden krijgen. Maar door het wegvallen van andere potjes, valt dat bedrag netto veel lager uit. 'Gebrek aan regie en overzicht heeft er voor gezorgd dat er zonder dat men zich daar voldoende van bewust was veel minder extra geld bij de minima kwam dan in het coalitieakkoord werd beoogd.'

'De begroting van de afdeling Armoedebestrijding is sinds 2014 met ongeveer 21 miljoen euro toegenomen', schrijft de Rekenkamer. 'Amsterdamse minima hebben hier echter veel minder van gemerkt. In 2015 is er ten opzichte van 2014 4 miljoen euro extra geld bij de minima terechtgekomen. In 2016 is dat toegenomen tot 12 miljoen euro extra.'

Verkeerde rekensom
Volgens de Rekenkamer komt dit voornamelijk doordat de financiële intensivering bestond uit 'het herschikken van bestaande armoedebudgetten, het compenseren van wegvallende rijksregelingen en er sprake was van onderbesteding'. 'Daarnaast zijn er effecten van het wegvallen van incidentele middelen, gemeente brede bezuinigingen en aangescherpte rechtmatigheidscontroles.'

Het stadsbestuur is het niet eens met de rekensom die de Rekenkamer maakt. Een woordvoerder van wethouder Arjan Vliegenthart zegt dat het extra geld juist is uitgetrokken om die afgeschafte potjes te compenseren. De rekensom zou daarom niet recht doen aan de werkelijkheid. Ook omdat er budgetten worden meegerekend die volgens de wethouder niet thuishoren in de rekensom als je hem wel zo zou maken.

Positief effect
Tegelijkertijd concludeert de Rekenkamer dat bestaande kindregelingen wel een positief effect hebben. Zo kunnen jongeren uit arme gezinnen bij de gemeente aankloppen voor de Scholierenvergoeding (voor het kopen van schoolboeken of meekunnen op schoolreisje) en Stadspas (waarmee jongeren culturele activiteiten kunnen ondernemen). Wel is de Rekenkamer kritisch over de 'PC-regeling' voor de aanschaf van een laptop.

Kinderen uit arme gezinnen boeken slechtere resultaten op school dan kinderen van rijke ouders. Als de kinderen ook nog eens een niet-westerse achtergrond hebben, wordt het gat groter. De Scholierenvergoeding en Stadspas kunnen daarin een positief verschil maken. De Rekenkamer raadt de gemeente daarom aan om niet te bezuinigen op de Scholierenvergoeding, wat wel het idee is.