Schuilkelders Koude Oorlog zijn vervallen en 'niet meer geschikt als opvanglocatie'

De schuilkelders die Amsterdammers ooit moesten redden van een kernramp, zijn nu niet meer geschikt om mensen op te vangen. Door de hele stad heen zitten schuilkelders, maar die worden inmiddels gebruikt als archieven of oefenruimtes voor muzikanten.

Dat staat in de antwoorden op de schriftelijke vragen die Marianne Poot van de VVD stelde. Poot licht toe dat Amsterdammers zich in de Koude Oorlog wilden beschermen tegen aanvallen met kernwapens. Daarom werden er bijvoorbeeld bij de aanleg van sommige metrostations grote schuilkelders gemaakt. Amsterdammers konden ook naar tientallen andere locaties vluchten.

Lees ook: Amstelveense 'nazibunker' mag blijven

De kelders zijn gelukkig nooit nodig geweest. In 1988 besloot het Rijk om niet meer te investeren in nieuwe schuilgelegenheden. In 1990 is ook de financiering voor het onderhoud ervan stopgezet. Dat gebeurde nadat de toenmalige staatssecretaris van Binnenlandse Zaken besloot dat het beter is om ervoor te zorgen dat mensen in hun eigen woning veilig zijn. Uit ervaringen in het buitenland bleek toen dat mensen thuis vaak al redelijk beschermd zijn tegen radioactieve stoffen.

Niet voldoende beschermd
Later, na het opheffen van de schuilkelders, bleek dat mensen in veel schuilkelders niet eens veilig waren geweest in het geval van een nucleaire oorlog. Zo moesten de kelders bij de metrostations samen tienduizenden mensen opvangen, maar in het geval van een voltreffer konden ze 'geen overlevingsgarantie bieden'. Bovendien bleek het onmogelijk om er mensen langere tijd op te vangen, omdat er geen langdurige bevoorrading kon worden opgeslagen.

Inmiddels wordt er niets meer gedaan met de schuilkelders bij de metrostations, en zijn veel andere schuilkelders in de stad gesloopt of verbouwd. Ook hebben een paar ruimtes een andere functie gekregen, zoals archiefruimtes of oefenruimtes voor muzikanten.