Olietanker in haven verkocht, bemanning na drie maanden naar huis

Goed nieuws voor de bemanning van de Sea Pioneer, de olietanker die op 6 december vorig jaar in de Amsterdamse haven voor anker ging omdat een Amerikaanse schuldeiser er beslag op had laten leggen. De tanker is nu verkocht, wat betekent dat de bemanning naar huis kan of zich op een nieuwe klus kan storten.

Op een executieveiling in de VS is omgerekend zo'n acht miljoen euro neergeteld voor het schip, schrijft Het Parool vandaag. Van de 17 bemanningsleden zouden er nog 11 over zijn: de rest is al vertrokken.  

Lees ook: Bemanning olietanker al wekenlang vast in haven

Niet vreemd, want van een overdaad aan luxe was aan boord geen sprake. Integendeel zelfs: gedurende de eerste zes weken dat het schip in de haven lag, waren de omstandigheden aan boord ronduit erbarmelijk. 

Dikke jassen
Om op benzine te besparen, konden de bemanningsleden in die periode slechts één uur per dag gebruikmaken van warm water. Ook kon slechts een deel van het schip worden verwarmd, waardoor de zeelieden ook aan boord waren aangewezen op dikke jassen.

De tijd doden op een plek in de stad was geen optie, want de in Griekenland gevestigde eigenaar maakte geen haast bij het overmaken van het salaris van december. 

Een 'onmenselijk situatie', zo luidde het oordeel van een inspecteur van de Internationale Transportarbeiders Federatie. De inspecteur werd op zijn gewaarschuwd door een dominee, die de mannen op dat moment al had voorzien van films, boeken en puzzels. 

Steun van havengemeenschap
Sindsdien verbeterde de situatie van de mannen, vooral dankzij steun en donaties van de havengemeenschap. Het schip kon weer worden verwarmd, en kwam weer warm water uit de kraan en ze werden getrakteerd op uitjes. 

Wanneer het schip de haven verlaat, is nog niet bekend. Het zou kunnen dat de nieuwe eigenaar de contracten van de huidige bemanning overneemt, maar het is waarschijnlijker dat er een nieuwe bemanning wordt ingevlogen.