Niet-westerse studenten hebben vaker last van psychische problemen

Amsterdamse studenten met een niet-westerse achtergrond zijn vaker depressief en hebben ook vaker last van angstklachten. Dat blijkt uit de Studentengezondheidstest. De psychische problemen, die een indicatie kunnen zijn van een burn-out, zorgen voor uitval tijdens de studie, vertraging en verminderde prestaties.

Aan het onderzoek deden ruim 5000 studenten van de Universiteit van Amsterdam en Hogeschool van Amsterdam mee. Op verzoek van AT5 heeft de Universiteit van Amsterdam (UvA) de resultaten opgedeeld in twee groepen: een groep studenten met een niet-westerse achtergrond en een groep studenten die wel een westerse achtergrond heeft.

Angst en depressie
De resultaten van het onderzoek laten een verschil zien tussen de twee groepen. Zo zeggen drie van de tien studenten in de stad met een niet-westerse achtergrond last te hebben van depressieve klachten. Bij de groep studerende Amsterdammers die wel een westerse achtergrond heeft, is dit twee op de tien. Daarnaast zegt vijftien procent van de groep studenten met een niet-westerse achtergrond last te hebben van angstklachten. Bij de groep die wel een westerse achtergrond heeft ligt dit lager: tien procent heeft last van angstklachten. Het zelfmoordrisico ligt bij de twee groepen even hoog. Drie op de honderd studenten scoort hier veel te hoog op.

Senior onderzoeker Claudia van der Heijde van de UvA zegt geschrokken te zijn van de resultaten. ‘Zeker nu blijkt dat er bepaalde groepen zijn die nog meer last hebben van psychische klachten.’ Psychiater en directeur van i-psy Mustafa Çatak, een ggz-instelling die zich richt op een interculturele psychiatrie, kan het verschil tussen de twee groepen wel verklaren. ‘Vaak horen we dat de jongeren, die dan horen bij de tweede of derde generatie, een enorme bewijsdrang hebben tegenover hun ouders en grootouders. Dat werkt natuurlijk stressverhogend en kan zorgen voor een burn-out, depressieve gedachten en angstklachten.’ Çatak is niet betrokken is bij het onderzoek van de UvA.

Andere oorzaken van de psychische problemen onder de groep met een niet-westerse achtergrond zijn traumatische levenservaringen, taalproblemen, moeite met cultuurverschillen en discriminatie. ‘Dat zijn problemen die je bij westerse mensen minder vaak hoort’, stelt Çatak.

Tekst gaat verder onder de video

Wel een plan, nog geen actie
De psychische problemen onder studenten resulteren in uitval tijdens de studie, vertraging en verminderde prestaties. Om het welzijn van de studenten te verbeteren, is begin april een actieplan gepresenteerd. Van der Heijde schreef hieraan mee. ‘Het gaat echt nog maar om een plan. Er is helaas nog geen actie ondernomen. Daar is een lange adem voor nodig’, zegt de onderzoekster. Het plan wordt ondersteund door de studentenartsen van de de twee universiteiten in de stad.

Het doel van het plan is om de psychische problemen bespreekbaar te maken en moet voorkomen dat studenten hiermee te lang blijven rondlopen. Ook moeten docenten bewuster worden van het welzijn van de studenten. ‘Ik denk niet dat we naar een speciale aanpak moeten voor studenten met een niet-westerse achtergrond. We moeten een klimaat creëren waarin studenten, met welke achtergrond dan ook, opener kunnen zijn over hun problemen’, vindt Van der Heijde.

Om het welzijn van studenten beter in kaart te krijgen, zouden onderwijsinstellingen een jaarlijkse screening moeten invoeren. Dat vindt hoogleraar klinische psychologie aan de Vrije Universiteit (VU) Pim Cuijpers. Hij geeft leiding aan het project Caring Universities. Er wordt gewerkt aan een programma om beginnende psychische problemen bij studenten in het hoger onderwijs eerder op te merken. ‘Universiteiten en hogescholen doen op dit moment echt nog onvoldoende. Ze kunnen en moeten echt meer gaan doen op het gebied van de geestelijke gezondheid van hun studenten. Kijk bijvoorbeeld naar hoe het gaat op de middelbare school. Daar worden alle leerlingen vaak nog gescreend. Ze kennen je daar niet alleen als leerling maar ook als mens. Dat is op hogescholen en universiteiten helaas niet meer zo. Dat moet veranderen. Naast student ben je ook nog gewoon mens’, vindt Cuijpers. De UvA zegt met de Studentengezondheidstest al bezig te zijn met zo’n jaarlijkse screening.

Vroegtijdig stoppen met behandeling
De reguliere ggz erkent inmiddels dat de huidige manier van werken onvoldoende aansluit op Nederlanders met een migratie-achtergrond. Op dit moment stopt deze groep twee keer zo vaak vroegtijdig met hun behandeling. Dat komt onder meer omdat de match met een psycholoog of psychiater vaak niet goed is. Vaak zoeken mensen namelijk een hulpverlener met dezelfde culturele achtergrond, of een behandelaar die hun taal spreekt. I-psy speelt op deze behoefte in. ‘Praten in je eigen taal met iemand die dezelfde culturele achtergrond heeft, werkt drempelverlagend’, stelt Çatak. ‘Mensen voelen zich daarom vertrouwd en hebben het gevoel dat ze begrepen worden. Dat zijn twee aspecten die noodzakelijk zijn voor een succesvolle behandeling.’

Een groot aantal organisaties, waaronder GGZ Nederland, werkt op dit moment aan een module die ervoor moet zorgen dat de ggz beter gaat aansluiten op de groep Nederlanders met een migrantenachtergrond. De behandelresultaten zijn volgens de betrokken partijen nu nog verontrustend vaak onvoldoende. De module moet dit jaar klaar zijn.

Eind juni houden de Studentenartsen van de UvA een conferentie over de gezondheid en leefstijl van studenten. Daar zal onder andere het actieplan worden besproken. Ook gaan deskundigen met elkaar in gesprek over de vraag wat onderwijsinstellingen nog meer kunnen doen om het welzijn van de studenten te verbeteren.