- AT5 Producties
- Adverteren op AT5
- Bereik
- Tarieven
- Aanbiedingen
‘Kijk eens uit, kut! Heb je je ogen soms in je clit zitten?’ Die woorden kreeg een goede vriendin van mij te horen toen ze op de Albert Cuyp, aan het eind van een ongetwijfeld lange marktdag, een opruimende marktkoopman bijna voor zijn sokken reed. Helaas werd de marktkoopman niet meteen daarop geschept door een vorkheftruc. Die God die erom bekend staat dat Hij onmiddellijk straft, gaat veel te selectief te werk. De vriendin kon niet veel meer dan een verontwaardigd ‘nou ja’ uitbrengen.
We zaten aan een tafel op het bijzonder leuke Festival van De Rollende Keukens en bespraken alledaags asociaal gedrag. En of je daar dan wat van moet zeggen. Een vrouw die een half opgegeten bakje friet zonder blikken of blozen in een heg gooit. Een puber die een blikje RedBull op de grond gooit en schouderophalend reageert als je daar wat van zegt. (‘Moet ik het dan oprapen?’, zei M. tegen het ventje. ‘Je doet maar’, zei het ventje en fietste weg. Waarop M. het blikje RedBull oppakte, merkte dat het nog half vol was en een werpende beweging richting de wegrijdende puber maakte, maar daarbij wel het blikje bleef vasthouden, zodat niet het blikje maar wel de inhoud richting de puber vloog. En ze schreeuwde er iets als ‘rotjoch!’ achteraan. Het maakte geloof ik weinig indruk.)
Ikzelf zeg eigenlijk nooit iets als ik getuige ben van asociaal gedrag. Ben ik te laf voor. Straks zegt iemand wat terug en sta ik met m’n bek vol tanden. Ik heb nu eenmaal geen scherpe bek.
Eén keer heb ik ergens wat van gezegd. En hoe! Ik was toen wel bezopen, zeg ik er meteen bij. Dan zijn eventuele remmingen wat makkelijker te negeren. Het was tijdens Koninginnedag, in het jaar 2005 of 2006. Een beetje aan het eind van de dag. Op de Westerstraat. Mijn geld was op en ik moest pinnen. Er stond een flinke rij bij het pinautomaat. Ik sloot achteraan.
Ik stond een kleine tien minuten te wachten – de rij was inmiddels weer een stuk langer geworden – toen het meisje dat voor mij stond te wachten werd aangesproken door een jongen: ‘Hey, Cissy, dat is lang geleden.’ Er ontvlocht zich een gesprek. Ik begon al vrij snel te twijfelen aan de eervolheid van de bedoelingen van de jongen. Het zal toch niet, het zal toch niet... En ja hoor. Toen het meisje klaar was met pinnen, zei hij duidelijk hoorbaar: ‘O wacht, nu ik hier toch sta...’, en haalde z’n pinpas uit zijn portemonnee. Het meisje zei dat ze er vandoor moest en de jongen begon te pinnen. Binnenin mij laaide het vuur van mijn woede hoger en hoger. En hoger en hoger. Mijn bloed kookte, mijn maagsappen borrelden. De jongen stopte zijn pas en zijn geld in zijn portemonnee, draaide zich om en kreeg toen de volgende, ijskoud uitgesproken woorden van mij te horen: ‘Je weet dat je hiervoor eeuwig zult branden in de hel.’
Een geschokt ‘nou ja’ was ook het enige wat hij uit kon brengen.
En wie is Max J. Molovich?
Max J. Molovich woont met vrouw en zoon in booming Bos en Lommer. Hij schrijft voor Nurks en werkt bij Kleverman.

5 reacties
Wat vind jij?
Voeg reactie toe2121 reacties
Typisch Amsterdams denk ik.
Het is juist de kunst om je zelf niet kwaad te maken.
Het gevecht met je zelf in de strijd tegen.....
Maar met de wetenschap dat als je boos reageert je de situatie alleen maar erger maakt.
Dus zeg maar wat je kwijtwilt, ik weet dat die woorden meer over de gene die scheldt zeggen dan over mij.
Ikzelf ben ook niet zo stressbestendig, maar oefening baart kunst.

50 reacties
O, maakt u zich niet druk hoor. Ik ben de kalmheid zelve. Kijk in het woordenboek bij het woord 'zen' en u ziet de naam van Max Molovich staan. Tenminste, in de laatste editie van De Grote Van Dale.
niet oké
1 reacties
Wel apart dat u het bijna van de sokken rijden van een marktkoopman dan weer niet onder asociaal gedrag schaart.
niet oké
2121 reacties
@e van orsouw
Het je 'bijna van je sokken rijden' is in Amsterdam een te vaak voorkomende situatie.
De vrij nauwe straten in sommige buurten maar ook dat mensen veel minder afhankelijk van elkaar geworden zijn, veroorzaken dit denk ik.
De mensen hebben elkaar niet meer nodig en daardoor menen veel mensendat ze niets meer met elkaar te maken hebben.
Onafhankelijkheid is eigenlijk heel goed.
Maar niets met elkaar te maken hebben klinkt toch een beetje anders.
Hoe zat dat ook al weer met onverschilligheid en tolerantie?
Aan de oppervlakte lijken die twee begrippen ook op elkaar.
Maar het zijn twee totaal verschillende zaken.
En dat is -ook hier- een beetje de ziekte van Amsterdam.
Onze tolerante Vrije stad is aan het veranderen.
De vormgevende tolerante instelling maakt plaats voor een vormloze onverschilligheid.
Van Thijn zei ooit eens dat tolerantie niet van kauwgom is, geen telkens weer rekbaar begrip.
Als deze ontwikkeling zich verder doorzet, vrees ik dat de stemming in de stad heel akelig wordt.
Dan wordt onze compacte welvaartsstad een Europees dorp waar je alles maar zelf moet uitzoeken en met enorm veel criminaliteit!
Ik heb toch niets met je te maken.
Het nieuwe wapen van Amsterdam.

50 reacties
Het is buiten proportioneel verbaal geweld, vind ik. Je kunt best 'kijk godverdomme uit je doppen' schreeuwen als je bijna van je sokken wordt gereden. Maar dit soort taalgebruik slaat nergens op en dient keihard aangepakt te worden.
niet oké