Stad

Verdubbeling van meldingen bij deradicaliseringsmeldpunt na aanslagen in Parijs

1 januari 1900, 00.19 uur · Aangepast 22 november 2015, 18.48 uur

Sinds de terreuraanslagen in Parijs staat de telefoon roodgloeiend bij het deradicaliseringsmeldpunt van stichting Assaadaka uit Oost. De afgelopen week kwamen er maar liefst tweemaal zoveel belletjes binnen als normaal het geval is bij het in februari opgestarte meldpunt. Van mensen die zich zorgen maken, vragen hebben of die het idee hebben dat er iemand in hun omgeving radicaliseert.

'Het gaat meestal om naasten', zegt voorzitter van de stichting Ahmed El Mesri over de tientallen meldingen van radicalisering. 'Mensen merken dan bijvoorbeeld dat hun kind aan het veranderen is. Ze meten zich een ander uiterlijk aan, gaan vaker naar de moskee, of krijgen nieuwe vrienden'. Na een telefoontje gaan sociale werkers in gesprek met de melder en met de persoon die mogelijk aan het radicaliseren is.

Meestal is het voldoende om de zorgen weg te nemen, maar er kan ook daadwerkelijk iets aan de hand zijn. 'Als blijkt dat iemand echt een gevaar is voor de samenleving, dan trekken we aan de bel. daar bestaat geen discussie over', zegt El Mesri. Naast telefoontjes over radicalisering, komen er bij het meldpunt ook veel belletjes binnen van moslims die zich gediscrimineerd voelen na de aanslagen in Parijs. Zij worden uitgescholden of bespuugd.