Start van hoofdcontent

Stad

NL
V

Bestuur en imam Al-Ummah voor de rechter: 'Jammer dat het zo gaat'

1 januari 1900, 00.19 uur · Aangepast 20 januari 2017, 21.39 uur

Hij is aangesteld om te verbinden, maar het enige wat hij doet is polariseren en zich laten omringen door extremisten. Felle taal van het bestuur van de Al Ummah-moskee aan het adres van hun voormalige imam. Eind vorig jaar ontsloegen ze hem op staande voet. De imam spreekt de beschuldigingen tegen en vocht vandaag zijn ontslag aan bij de rechter.

De spanning binnen de moskee stijgt als er vorig jaar een nieuw bestuur aantreedt. Dit nieuwe bestuur is veel gematigder dan het vorige bestuur, door wie de imam was aangesteld. Het nieuwe bestuur en de imam kunnen op zijn zachts gezegd totaal niet met elkaar door één deur.

Lees ook: Rechter buigt zich over machtsstrijd in Al Ummah-moskee

De imam zou zich volgens het bestuur omgeven door salafistische jongeren en hij zou extremistische opvattingen hebben. Ook zou hij shariahuwelijken goedkeuren. 'We hebben veel signalen uit de gemeenschap ontvangen', vertelt Khalil Aitblal, woordvoerder van de moskee. 'We hebben verklaringen van vaste leden in de moskee en die nemen wij zeer serieus.'

'Uit de lucht gegrepen'
Volgens de imam klopt er niets van de beschuldigingen. 'Het zijn beschuldigingen, of het waar is is een tweede', reageert A. Sarioglu, advocaat van de imam. 'Mijn cliënt betwist uitdrukkelijk die verwijten. Elke vorm van radicalisering en polarisatie van zijn kant is uit de lucht gegrepen.'

Lees ook: Politieke partijen in Nieuw-West maken zich zorgen om veiligheid Al-Ummah Moskee

Eind vorig jaar dook er al een filmpje op uit de moskee, waarop te zien is hoe een bejaarde imam wordt aangevallen door een man. De aanvaller zou een broer van de imam zijn en hij zou een toegangsverbod hebben tot de moskee. Volgens Sarioglu vond deze vechtpartij plaats net na het gebed en was de moskee op dat moment 'voor iedereen toegankelijk'.

Aitblal: 'Ik vind het jammer dat het zo moet gaan, maar als instituut moeten we op een gegeven moment optreden als instituut.'