Start van hoofdcontent

Achtergrond

NL
V

Uitstootvrij in 2030: hoe realistisch is volledig elektrisch rijden?

1 juni 2019, 07.14 uur · Aangepast 1 juni 2019, 10.43 uur

Het plan van het stadsbestuur om in 2030 alle benzine- en dieselauto’s uit de stad te weren, kreeg veel kritiek. Maar volgens sommige betrokkenen en kenners is het alternatief van volledig elektrisch rijden in 2030 realistischer dan iedereen denkt. Net als wethouder Sharon Dijksma van Verkeer en Luchtkwaliteit, geloven zij in de exponentiele groei van de technische ontwikkelingen.

2030 is veel te vroeg, vinden critici. Binnen elf jaar zou het huidige wagenpark nog lang niet aan vervanging toe zijn, en de eerste, betaalbare, elektrische auto’s laten nog tot 2025 op zich wachten.

Volgens onderzoeker elektrische mobiliteit aan de TU in Eindhoven, Auke Hoekstra, kan het sneller. 'We gaan het zien met elektrische auto's, die gaan de oude technologie van de verbrandingsmotor behoorlijk snel inhalen. ik vergelijk het met de iPhone en de Nokia, of de ledlamp versus de gloeilamp. Dat gaat niet langzaam. Op een gegeven moment komen mensen erachter dat het nieuwe beter is, en dan maken ze een andere keuze in de showroom.'

Grote sprongen
Doordat de technologische vooruitgang met grote sprongen gaat is de verwachting dat batterijen binnen een paar jaar veel goedkoper zijn om te produceren en tevens beter presteren. Hoekstra: 'Wat mij het meest verbaast, is dat in de laatste vijf jaar veel meer bereikt is qua vernieuwing van batterijen. De meeste literatuur is van die periode, zo snel gaat de batterijtechnologie.'

Snelladen
Door deze vorderingen is ook steeds meer mogelijk met snelladen. Waar laadpalen die in de stad staan vaak een hele nacht nodig hebben om een accu van een elektrische auto helemaal vol te krijgen, doen snelladers daar zo’n 20 minuten over. Pepijn Vloemans van het snellaadbedrijf Fastned ziet dat binnenkort nog sneller gaan. 'Op middellange termijn willen we met onze snellaadstations naar tien minuten, alleen kunnen niet alle auto’s dat nu nog aan. Maar dat komt de komende jaren.'

Volgens Vloemans is snelladen een groot onderdeel van de toekomst, naast de laadpalen. 'Niet iedereen heeft een oprit en toegang tot een laadpaal. De nieuwe pompen zijn de toekomst, waar mensen in een korte tijd voor een paar weken weer kunnen opladen. Ik zie het wel zo voor me.'

Tweedehands elektrisch
Een ander punt van kritiek op het 2030-plan, is dat er rond die tijd niet genoeg tweedehands elektrische auto’s zullen zijn om iedereen van een vervoermiddel te voorzien. De meeste mensen rijden vandaag de dag namelijk in een tweedehands auto. Anne Kloppenborg denkt met zijn bedrijf New Electric misschien wel een deel van de oplossing voor dit vraagstuk te hebben.

'Wij bouwen al tien jaar reguliere brandstofauto's om tot elektrische', legt hij uit. 'En zo simpel als het klinkt, is het ook. De tank, motor en uitlaat gaan eruit. Accu’s, elektrische motor, wat hulpsystemen en een stekker gaan erin. En dan kun je weer rijden.'

Naast wat oldtimers die Kloppenborg heeft omgebouwd, is er ook een serieuzere kant aan het verhaal. Hij kocht ooit oude elektrische Renault Kangoo’s op, om er vervolgens nieuwe, betere batterijen in te plaatsen. 'In het kader van 2030 is dit wat we nodig hebben. We hebben niet alleen de dure oldtimers nodig, maar ook de wagens die nu op Marktplaats worden verhandeld. Die markt. En daar is dit een mogelijkheid voor.'