Kritiek op opperrabbijn neemt toe

De kritiek vanuit de Joodse gemeenschap op de Amerikaanse opperrabbijn Aryeh Ralbag neemt behoorlijk toe.

De Joodse gemeenschap in Amsterdam lijkt na zes jaar helemaal klaar met opperabbijn Aryeh Ralbag. De Amerikaan zou te druk zijn met zijn bezigheden aan de andere kant van de oceaan om goed leiding te kunen geven aan zijn schare gelovigen van pakweg 2.500 leden.

Tijdens een vergadering van de kerkeraad van de Nederlands-Israëlietische Hoofdsynagoge (NIHS) afgelopen donderdag is er gesproken over het aanblijven van de rabbijn, die tot volgend jaar een contract heeft. De Jerusalem Post bericht dat van de dertig aanwezigen een slordige derde tegen een contractverlenging is. Er is echter nog niets besloten.

Ralbag kwam in januari in opspraak omdat hij een verklaring mede ondertekende waarin wordt gesteld dat homoseksualiteit te genezen is. Hij werd op non-actief gesteld en moest later zijn excuses aanbieden.

Volgens Hadassa Hirschfeld, leider van de grootste 'partij' in de kerkeraad, heeft Ralbag goede dingen gedaan, maar voelt de gemeenschap in Amsterdam zich niet verbonden met de geestelijke. Daarom is ze tegen het aanblijven van Ralbag.

In het stuk komen meer critici van Ralbag aan het woord, zelf wil de rabbijn niet reageren. Onder zijn tegenstanders bevindt zich Esther Voet, oud-hoofdredacteur van het Nieuw Israelietisch Weekblad. Zij hoopt dat de Amerikaan opgevolgd wordt door de Nederlandse Raphael Evers. Hij zou dan de eerste Nederlandse opperrabbijn sinds Aron Schuster in 1976 worden.

Benno van Praag, directeur van de NIHS, benadrukt tegenover AT5 dat er tijdens de vergadering van donderdag niet is gesproken over een voortijdig vertrek van de opperrabbijn. Het artikel van de Jerusalem Post kende hij nog niet. 'Mensen hebben altijd overal kritiek op, het zijn gewoon meningen', zegt Van Praag.

Dat de opperrabbijn vaak in Amerika is noemt Van Praag 'niet ideaal.' 'Het is het beste als hij er zich dagelijks mee bezig kan houden en in Amsterdam woont. Maar dat onderkent iedereen', aldus de directeur.