Cultuur

Beatrix Ruf en het Stedelijk Museum 'laten het verleden achter zich'

7 januari 2019, 16.44 uur · Aangepast 7 januari 2019, 17.11 uur

Het Stedelijk Museum en de voormalig creatief directeur Beatrix Ruf hebben besloten om 'het verleden achter zich te laten'. Desondanks zal Ruf niet terugkeren als directeur of adviseur.

Dat schrijft het museum in een persbericht. Wel kan Ruf worden uitgenodigd om betrokken te zijn bij bepaalde projecten of tentoonstellingen van het museum. Dat zal dan wel onder de verantwoordelijkheid van een nieuwe en nog aan te wijzen creatief directeur zijn. 

Die afspraken zijn in de afgelopen weken gemaakt tussen Ruf en Truze Lodder, die sinds augustus 2018 de voorzitter van de raad van toezicht van het museum is.

Lees ook: OR en directie Stedelijk zien niets in terugkeer oud-directeur Ruf

Onterecht beschuldigd
Beatrix Ruf gold als een van de machtigste figuren in de wereld van de kunst, maar kwam in oktober 2017 in opspraak vanwege haar nevenactiviteiten. Ze zou voor een flink bedrag hebben bijgeklust met haar adviesbureau en werd daarom beschuldigd van belangenverstrengeling. Driekwart jaar later oordeelde een onderzoeksrapport dat dat ten onrechte was, maar toen was Ruf zelf inmiddels opgestapt.

Er was nog even sprake van een mogelijke terugkeer van Ruf als creatief directeur. Dat werd breed gesteund in de kunstwereld, maar uit geheime documenten in handen van AT5 bleek later dat de OR en de directie daar niks in zagen. Het geheel zorgde voor een hoop commotie rondom het Stedelijk. Truze Lodder werd aangesteld om schoon schip te maken bij het museum. Dat de strijdbijl tussen het museum en Beatrix Ruf nu begraven is, past goed in dat plaatje van puin ruimen.

Lees ook: Stedelijk Museum heeft nieuwe raad van toezicht

Gelukkige herinnering
Ruf reageert volgens het museum positief op de gesprekken: 'Mijn tijd als directeur was één van de mooiste hoofdstukken uit mijn leven, en met dit eerherstel kan het nu een gelukkige herinnering worden”, zegt Ruf. “Ik weet zeker dat het Stedelijk een prachtige toekomst tegemoet gaat, en desgevraagd ben ik natuurlijk gaarne bereid daar als oud-directeur zo nu en dan een bescheiden bijdrage aan te leveren.'