Minister wijst verzoek om onderzoek naar brandweercommandant Schaap af

Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft gereageerd op de brandbrief van 160 oudgedienden van de brandweer. Daarin vroegen zij om een onderzoek naar de Amsterdamse brandweer. Het ministerie wijst dat verzoek af.

De oudgedienden zeggen zich ernstig zorgen te maken over de oplopende spanningen bij de brandweer en de kwaliteit van de brandweerzorg in de stad. Ze doelen daarmee vooral op het voortslepende conflict met brandweercommandant Leen Schaap. 

Lees ook: 160 oudgedienden brandweer aan minister: 'Angstcultuur onder brandweerlieden'

'Het is niet aan de minister om het functioneren van commandant Schaap te beoordelen', reageert het ministerie in een brief die in handen is van AT5. Het regionale bestuur zou daar voor verantwoordelijk zijn. 

Wel wordt de kwaliteit van de brandweer in verschillende regio's namens het ministerie onderzocht. De inspectie heeft de kwaliteit van brandweer Amsterdam-Amstelland goed bevonden, zo wordt benadrukt.

Opkomsttijden
De oudgedienden hadden daarnaast kritiek op de opkomsttijden. Deze kunnen volgens hen aangepast worden, waardoor het volgens hen lijkt alsof de kwaliteit hetzelfde blijft. 'Dit is echter niet het geval. Ook deze zorgen worden door de korpsleiding terzijde geschoven.'

Lees ook: Veiligheidsregio: 'Uitspraken Leen Schaap scherp geformuleerd'

Het ministerie zegt zich niet te herkennen in dit beeld. De brandweer zou ook wat de opkomsttijden betreft voldoen aan de wettelijke vereisten.

'Volg de ontwikkelingen'
'Er zijn geen signalen dat de kwaliteit van de taakuitvoering van de brandweer tekortschiet', concludeert het ministerie dan ook. Daarom zou een aanvullend onderzoek niet nodig zijn. 

Lees ook: Oud-generaal Peter van Uhm wordt adviseur in 'stagnerend' veranderproces bij brandweer

Aan de oudgedienden geeft het ministerie het advies om de bevindingen van Peter van Uhm af te wachten. De oud-generaal werd door de burgemeester aangesteld als onafhankelijk, strategisch adviseur. 'Vanzelfsprekend volgt de minister deze ontwikkelingen dan ook, zij het op gepaste afstand.'