Stad

Nieuwe formule voor Amsterdams woningbeleid: 40-40-20

20 juli 2017, 20.45 uur · Aangepast 21 juli 2017, 00.45 uur

Een historisch besluit wordt het genoemd, tot 2025 wordt tachtig procent van de nieuwe woningen gebouwd voor de de lage- en middeninkomens. En dat geldt voor zowel huur- als koopwoningen.

Ontwikkelaars moeten nu nog dertig procent van hun projecten uit sociale huur laten bestaan, voor de overige woningen mochten ze zelf de prijzen invullen. Dat wordt nu veertig procent sociale huur, veertig procent voor middeninkomens en nog  twintig procent vrije sector.

Gemeente slikt 100 miljoen jaarlijks verlies
Goed, de woningnood zal niet van de ene op de andere dag opgelost zijn. En het gaat de gemeente jaarlijks maar liefst 100 miljoen euro aan inkomsten schelen omdat de bouwgrond minder duur verkocht kan worden.

Maar al met al is woonwethouder Laurens Ivens dolblij met deze totale herziening van het Amsterdamse woonbeleid. 'Elke voorwaarde die je stelt om je stad mooier te maken, accepteer je dat je minder inkomsten krijgt. Het betekent minder winst voor de schatkist van de gemeente maar meer winst voor de stad.'

Aan plannen die al vaststaan, het Amstelkwartier bijvoorbeeld, verandert niets. Maar de geplande 5000 woningen van de Sluisbuurt of de 20.000 van Haven-Stad van de komende jaren moeten veertig-veertig-twintig worden.

Prijsafspraken met ontwikkelaars
Voor de rijksten worden de prijzen aan de markt gelaten, de lage inkomens worden bediend door sociale huur. Het middensegment, dat is huren voor achthondervijftg per maand of tot drie ton voor een gezinswoning betalen, zo zegt de wethouder. 

En daar worden langdurige afspraken met ontwikkelaars over gemaakt, in ruil voor korting op de grondprijs.