Whatsapp

Achtergrond

Kees zag vele Joden op de trein naar Westerbork stappen: 'Ik dacht, wat doen die baby's daar?'

29 april 2019, 21.54 uur · Aangepast 29 april 2019, 23.47 uur

Aanstaande zaterdag is het herdenkingsdag, waarop we stilstaan bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. In het herdenkingsprogramma 'Open Joodse Huizen' doen verschillende Amsterdammers hun verhaal. Zo ook Kees van Hattem.

Als kind woonde Kees van Hattem tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Transvaalbuurt, vlakbij station Muiderpoort. Hij zag hoe de Joden op de Polderweg wachtten voordat ze naar het Muiderpoortstation gingen en met de trein weggevoerd werden. 'Ik vroeg me af, als ze naar een werkkamp gingen, wat doen die mensen van over de tachtig daar en wat doen die baby's daar? Het waren baby's van drie, vier maanden die ik zag met hun moeder'.

Briefjes uit de trein
De Polderweg, net naast het Muiderpoortstation, was de plaats waar Joden werden verzameld in afwachting van de trein naar Westerbork. Het exercitieterrein van een militaire kazerne werd door de bezetter gebruikt als verzamelplaats voor razzia’s. Duizenden Joden wachtten hier op verder transport naar Westerbork. Het waren de Joodse bewoners van de Transvaalbuurt, maar ook uit andere delen in de stad. Zo was het ook een tussenstop voor mensen die uit de Hollandse Schouwburg kwamen.

Nadat ze met de trein via het Muiderpoortstation waren weggevoerd, gooiden sommige mensen nog op het nippertje briefjes uit de trein, met een boodschap voor familie of vrienden. Ze hadden het zo uitgekiend dat de briefjes niet in de berm, maar bij het tunneltje onder het spoor terechtkwamen. Daar werden ze opgeraapt door een klasgenootje van Van Hattem. Zij nam de briefjes mee naar huis, een paar meter verderop. Haar vader zorgde ervoor dat - zover dat mogelijk was - de papiertjes op het juiste adres kwamen.

Open Joodse Huizen
Kees woonde net aan de andere kant van het spoor aan Celebesstraat. Hij kwam dagelijks op weg naar school langs het terrein aan de Polderweg. Wat hij daar zag tijdens de oorlog, maakte diepe indruk op hem. Hij bleef de oorlog en het Nazi-gedachtegoed bestuderen en promoveerde uiteindelijk op de Joodse filosofe Hannah Arendt. Over haar schreef hij het boek 'Superfluous People' (2005).

Kees van Hattem vertelt zijn verhaal op 4 mei in Villa Mattern, als onderdeel van de 'Open Joodse Huizen', een herdenkingsprogramma met persoonlijke verhalen uit de oorlogsjaren.

De verhalen worden verteld op verschillende locaties in de stad, in woonkamers, klaslokalen, cafés en op zolders. Het zijn verhalen over verzet en Joods leven voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Bewoners van nu stellen hun huis open voor publiek om te luisteren naar ooggetuigen of nabestaanden. Bijzonder dit jaar is de ruime aandacht voor theater, muziek en literatuur tijdens de oorlog.

Whatsapp