Start van hoofdcontent

Stad

NL
V

Kijk nu: Het drama van het Amsterdamse slavenschip de Leusden

30 maart 2022, 19.10 uur · Aangepast 1 april 2022, 16.33 uur · Door AT5 Producties

Op 1 januari 1738 voltrok zich een ramp aan de monding van de Marowijnerivier. Het Amsterdamse slavenschip de Leusden kwam voor de kust van het huidige Frans-Guyana in een zware storm en sloeg stuk op een zandbank. Het schip maakte water en begon te zinken. Uit angst voor een opstand sloot de bemanning de 664 tot slaaf gemaakten op in het ruim. Ze konden geen kant op. Met hoog water liep het ruim vol. Niemand overleefde deze ramp.

Tot op heden is het schip nooit gelokaliseerd. Toch is het vinden van het schip van groot belang om deze gruwelijke ramp een plek te geven. Daarnaast moet het wrak meer kennis opleveren over het transport van tot slaaf gemaakten ten tijde van  de trans-Atlantische slavenhandel. Over hoe slavenschepen werden gebouwd is namelijk maar weinig bekend. 

Quote

‘‘We hebben geen enkel archeologisch voorbeeld van hoe een slavenschip in elkaar zat’’

Jerzy Gawronski

Een AT5 documentaire over de zoektocht naar de Leusden
Eind 2021 vertrok de Amsterdamse maritiem archeoloog Jerzy Gawronski samen met archeologen van het Franse instituut DRASSM naar Frans-Guyana. Met specialistische apparatuur, waaronder een magnetometer en een akoestische camera, deden zij onderzoek in het gebied waar de Leusden is vergaan. Het doel van de expeditie was met een duiker de exacte plek van het schip te lokaliseren. AT5 volgde archeologen op de voet en maakte over de archeologische en historische zoektocht een documentaire.

Quote

‘‘Het gaat om mijn geschiedenis en om een reparatie in de geschiedenis te maken’’

Leo Balai, schrijver slavenschip leusden

Geen woord over de massamoord 
Het verhaal van de Leusden kwam in 2011 weer in de publieke belangstelling door het promotieonderzoek van Leo Balai. Hij heeft de laatste dramatisch verlopen reis tot in de kleinste details onderzocht. Naast een minutieuze beschrijving van de ondergang van de Leusden beschrijft Balai ook hoe men in die tijd dacht over deze ‘lading’. Over de moord op de Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen wordt in de verslagen nauwelijks gesproken. De bemanning maakte zich vooral druk over hun bergloon voor het veiligstellen van een kistje met 23 kilo goud.

Einde van de trans-Atlantische slavenhandel
Schrijnend is het feit dat de West-Indische Compagnie (WIC) in diezelfde periode bezig was de slavenreizen af te bouwen.  De WIC had vanaf de oprichting in 1621 binnen de Republiek het monopolie op de slavenhandel. Doordat het bedrijf niet efficiënt genoeg was en de concurrentie te groot, werd de mensenhandel als weinig lucratief gezien. Na ruim honderd jaar besloot de WIC in 1738 (het jaar van de ramp met de Leusden) het slavenhandelsmonopolie op te geven. De Leusden en twee andere schepen waren de laatsten die nog een slaventocht maakten. 

Leo Balai:  "Er is zoveel te vertellen, zoveel met elkaar te bediscussiëren. Dit laat zien hoe kansloos die mensen waren. Als zo'n situatie zich voordeed, waren ze gewoon handelsgoederen die verloren gingen, geen mensen die stierven. Ik zou graag zien dat men één keer in de vijf jaar een minuut stilte houdt in de Tweede Kamer, op 1 juli, de dag van de afschaffing van de slavernij. Ik neem aan dat het dan deel gaat uitmaken van het collectieve geheugen. Dan krijg je discussie en dat is waar we naartoe moeten."

Het slavenschip de Leusden was eind 1737 met 700 Afrikaanse gevangenen van het Afrikaanse slavenfort Elmina onderweg naar de slavenkolonie Suriname.  Op Nieuwjaarsdag 1738 kwam het schip in zwaar weer terecht en sloeg stuk op een zandbank, vlak voor de monding van de Marowijnerivier. Er waren toen nog 680 gevangen aan boord, 20 mensen waren onderweg al overleden. Uit angst dat de gevangenen aan boord in opstand zouden komen, timmerden de bemanningsleden de luiken dicht. Mannen, vrouwen en kinderen zaten opgesloten en konden geen kant op in het langzaam vollopende ruim. De 73 bemanningsleden wisten zich 's ochtends met een sloep in veiligheid te brengen en kwamen twee dagen later in Paramaribo aan. Zij hadden bij aankomst 16 gevangenen in de sloep die de ramp hadden overleefd en bij aankomst alsnog werden verkocht. De 664 mensen in het ruim zijn allemaal omgekomen.

Deze documentaire is tot stand gekomen in samenwerking met Gemeente Amsterdam en De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.