Stad

NL
V

Stembureau 398

17 september 2012, 12.14 uur

Wanneer ontmoet je nou een principiële niet stemmer?

Wanneer ontmoet je nou een principiële niet stemmer? Op verkiezingsdag natuurlijk! En waar? In Zaal 100 in de Staatsliedenbuurt, waar je ouderwets voor een prikkie verrukkelijk kunt eten.

Hij heet Jan en ik schuif bij hem aan met mijn kopje Thaise pompoensoep à 1 euro. Het is 19 uur. Zijn stempas ligt pontificaal op tafel. Hij heeft nog nooit gestemd en is niet van plan om dat ooit te doen. Althans, hij heeft ooit wel thuis gestemd over de afwas en dat soort dingen, maar autoriteiten verkiezen? Daar begint hij niet aan. 'Het is allemaal zo zinloos' zegt hij. Hij kijkt er allerminst bij alsof hij bij de pakken neer gaat zitten. Jan is een doener. Iemand van het burgerlijk initiatief. Degene die op eigen houtje op- en afritten voor fietsers ergens in West heeft gemetseld, een driehoek van beton tegen de hoge stoepen. Om 20 uur wil hij voor het eerst gaan stemmen. 'De sociale druk is nu veel groter'.

Waar wil hij gaan stemmen? In stembureau 398 in de Van Limburg Stirumstraat, daar om de hoek. Ik besluit een kijkje te gaan nemen – als verstokte Oosterlinge ben ik immers nooit in een stembureau in West geweest. Het publiek is heterocliet: veel Marokkanen in verschillende stadia van integratie en dito kleding, andersoortige immigranten, ook uit Westerse landen, plukjes ouwe krakers, anarchisten, linkserts, met ouderwetse rebelse tenues en haardracht. Bijna geen (blanke) yuppen. Nu u het zegt: iedereen lijkt hier of allochtoon of armoedzaaier en liefst beide.

Het driekoppige team achter de tafels bestaat uit twee goedlachse elementen en één norse. Helemaal links een rasamsterdammer genaamd Joke. Haar haar is gekapt. Ze draagt roze lippenstift en giraffeprint. Ze vindt het wel geinig om daar te zitten. Ze lacht. Haar buurman is een jongeman met in zijn bloed alle kleuren van de regenboog: Nederlands, Surinaams, Creools, Chinees, Hindoestaans en misschien een beetje Spaans. Ook hij straalt van vreugde. Ik heb net gehoord dat ze om 7 uur zijn begonnen en tot diep in de nacht zullen blijven om te tellen. Hun goedlachsheid op dit late tijdstip komt op mij bewonderenswaardig over. Ik vraag naar hun motivatie om dit ondankbare karwei op te knappen, maar eer ze antwoorden zegt een blanke linksert tegen mij: 'Vraag ze liever wat ze doen aan al die gasten die samen in een hokje stemmen!'. Nou, dat doe ik dan. Het antwoord luidt: 'Dat is vandaag drie keer gebeurd, met z'n drieën in een hok. We sturen ze gewoon weg.' Op dat moment vraagt een jongen die in het rechtse hokje staat en op Tofik Dibi lijkt: 'Moet ik overal een kruisje zetten?' Ik hou mij vreselijk in om niet te antwoorden: 'Ja, je moet alle 150 leden van de Tweede Kamer kiezen.'

De derde official, een Marokkaan van een jaar of dertig, heeft 'geen commentaar'. Hij ergert zich bont en blauw aan mijn aanwezigheid en stuurt mij op een autoritaire toon weg. Hij zal mij mijn plaats laten kennen. Tot de dag van vandaag weet ik niet of dat mijn plaats is als columniste of als vrouw. Om 21 uur, heb ik nog geen Jan gezien. Het bureau sluit zijn deuren.