Whatsapp

Politiek

Straten Centrumeiland worden vernoemd naar strijders tegen koloniale overheersing en racisme

1 juli 2019, 11.36 uur · Aangepast 2 juli 2019, 13.26 uur

De 27 straten van de nieuwe wijk Centrumeiland gaan vernoemd worden naar zij die hun hele leven hebben gevochten tegen het kolonialisme en slavernij in Indonesië, op de Antillen en in Suriname. Dat heeft burgemeester Halsema net bekendgemaakt in haar speech tijdens de Keti Koti-herdenking in het Oosterpark.

Maria Ulfah, feministe uit Indonesië; de Surinaamse activisten Otto en Hermina Huiswoud en de Curaçaose schrijver Frank Martinus Arion. Halsema noemt hen als voorbeelden wiens namen terug zullen komen in de nieuwe wijk. 

Discussie
Er was lange tijd discussie over wat de straatnamen in de nog in aanbouw zijnde wijk zouden worden. Een voorstel om die naar zeehelden te vernoemen, riep veel weerstand op. Daarom hebben de straten in de wijk nu tijdelijk nummers. Daar komt dus verandering in. De wijk wordt in 2026 opgeleverd.

Lees ook: Tijdelijk genummerde straatnamen voor nieuwe bewoners Centrumeiland

De burgemeester zei tijdens de herdenking vandaag dat met Keti Koti verschrikkingen van de slavernij worden herdacht, maar dat het ook gaat om helden die het verzet hebben geleid in Suriname, op de eilanden en in Nederland. Die helden moeten volgens haar worden geëerd.

Ieders stad
'Wij willen dat Amsterdam ieders stad wordt', sprak Halsema. 'De komende jaren willen we een sprong maken. De stad groeit. En in onze groeiende stad moeten nieuwe verhalen hun centrale plek kunnen vinden. Ook als ze pijnlijk zijn.'

Om daar te komen heeft Amsterdam volgens Halsema nog een lange weg te gaan: 'Door de betekenis van slavernij in de lokale economie te onderzoeken, door een slavernijmuseum in Amsterdam in het leven te roepen. En door verantwoordelijkheid te nemen.'

'Niemand die geen brood verdiende aan slavernij'
In haar speech ging Halsema in op de rol van Amsterdam in het slavernijverleden. 'De stad waar koopmannen verdienden aan de handel in mensen en investeerden in plantages. De stad die mede-eigenaar was van de Sociëteit Suriname, het bedrijf dat de kolonie bestuurde tot het einde van de achttiende eeuw. Of zoals een onderzoeker al in de achttiende eeuw concludeerde: in Amsterdam was er niemand die géén brood verdiende aan de slavernij.' 

Hoeveel Amsterdam aan de slavenhandel heeft verdiend, werd vorige week duidelijk. In het jaar 1770 was 5,2 procent van de Nederlandse economie op slaven gebaseerd. Dat is vergelijkbaar met het aandeel van de Rotterdamse haven in de economie van nu. Amsterdam was het centrum van die handel, concludeerde een onderzoeksinstituut.

De hele viering van Keti Koti is hier live te volgen. 

Whatsapp