Politiek

Tweede Kamer stemt voor proef legale wietteelt, maar Amsterdam jubelt niet meer

22 januari 2019, 07.02 uur · Aangepast 22 januari 2019, 07.48 uur

Jarenlang klonk dezelfde boodschap: Amsterdam is voor legale wietteelt. Liever vandaag dan morgen. Maar nu de proef voor de gereguleerde wietteelt eindelijk door de Tweede Kamer komt, is er van euforie in de hoofdstad weinig meer over. Hoe kon de stemming omslaan?

Een meerderheid van de Tweede Kamer zal vandaag akkoord gaan met een proef voor de legale teelt van wiet. Zes tot tien gemeenten zullen hier aan deelnemen; de proef moet vier jaar gaan duren. Het experiment is weliswaar een doorbraak, maar niet zoals Amsterdam het graag had gezien.

Langgekoesterde wens
Een proef naar gereguleerde wietteelt is een langgekoesterde wens van veel politieke partijen in de Tweede Kamer. Al tijdens het paarse kabinet in 2000 werd een motie van de PvdA aangenomen waarin werd gevraagd voor het reguleren van de teelt van wiet en de bevoorrading. Hoewel de motie werd aangenomen, werd het nooit uitgevoerd omdat coalitiepartij VVD tegen was.

In 2005 werd een nieuwe poging gedaan, nu was ook de VVD voor, maar dat heeft uiteindelijk niks veranderd omdat de coalitie opnieuw verdeeld was. In het vorige kabinet met PvdA en VVD, stak VVD-minister Ard van der Steur er een stokje voor.

Frustratie
Tot frustratie van Amsterdam. De stad is altijd al uitgesproken voorstander geweest. In 2009 pleitte de Amsterdamse GroenLinks-fractie er al voor dat Amsterdam de wietteelt legaal moet maken. En in 2014 zegde toenmalige burgemeester Eberhard van der Laan de gemeenteraad bijvoorbeeld toe te lobbyen voor een experiment.

Een jaar later zei Van der Laan dat er op dat moment geen juridische mogelijkheden voor een proef waren, wel maakte hij duidelijk dat hij zich bleef inzetten om ooit te kunnen experimenteren met gereguleerde wietteelt. 

Lees ook: Nieuw kabinet wil overheidswiet verstrekken

Doorbraak
Met het aantreden van het nieuwe kabinet in 2017 kwam eindelijk het door Amsterdam gehoopte keerpunt. D66 maakte zich met succes hard voor die langgekoesterde proef en kreeg de christelijke partijen CDA en ChristenUnie met zich mee. 

Amsterdam was in zijn nopjes met het plan en stond vooraan in de rij om mee te doen. Ook de Amsterdamse coffeeshops reageerden buitengewoon positief. 'We worden hetzelfde als een koekjesfabriek, waar de koekjes in de fabriek gecontroleerd worden in plaats van in de winkel', jubelde Joachim Helms, voorzitter van de Bond van Cannabisdetaillisten tegen AT5

Lees ook: Coffeeshopbond blij met wietkweekplannen regering: 'We worden een soort koekjesfabriek'

Stemming omgeslagen
Inmiddels is die stemming omgeslagen. Ondanks de jarenlange strijd, wordt het plan van het kabinet nu allerminst omarmd in Amsterdam. De manier waarop het rijk de proef wil uitvoeren, biedt weinig hoop, vindt burgemeester Femke Halsema. Zo zullen maar 20 tot 30 soorten wiet en hasj worden aangeboden, terwijl er nu honderden varianten op de markt in Amsterdam zijn. 

Ook mag de stad van het kabinet alleen meedoen als alle 166 coffeeshops zullen deelnemen. Die moeten allemaal in één klap hun huidige illegale leveranciers afstoten. Halsema vreest de problemen aan de 'achterdeur' die dat zou kunnen opleveren.

Lees ook: Meer smaken, minder coffeeshops: Amsterdam wil andere regels voor proef gereguleerde wietteelt

Regels veranderen
Twee weken geleden stuurde Halsema nog een brief aan minister Ferd Grapperhaus, die de proef moet gaan invoeren. Ze pleitte voor aanpassing van de voorwaarden zodat tenminste één van de grote steden mee kan doen. Eerder zette ze de discussie al op scherp door in de gemeenteraad te stellen dat een experiment zonder Amsterdam 'gedoemd is te mislukken'. 

Of Halsema's woorden indruk hebben gemaakt op Grapperhaus, is nog maar de vraag. Grapperhaus wil nog in overleg met de burgemeesters van de vier grote steden om ze mee te krijgen, zei hij vorige week in de Tweede Kamer. Maar hij stelde er ook bij: de voorwaarden om mee te doen zullen voor alle gemeentes hetzelfde zijn. Amsterdam zal niet die gewenste uitzonderingspositie krijgen.

In het voorjaar moet bekend worden welke gemeenten kunnen meedoen met de proef.