Achtergrond

Bestrijding kansenongelijkheid kost vele miljoenen, maar duidelijke aanpak ontbreekt

20 mei 2020, 13.00 uur · Aangepast 25 mei 2020, 14.41 uur
Door De Balie Live Journalism / AT5 · Foto: AT5 / Luuk Koenen

Whatsapp

Er zijn talloze projecten in en buiten Amsterdamse basisscholen om de kansenongelijkheid in het onderwijs aan te pakken. Het onderwerp is zelfs een speerpunt van het beleid van onderwijswethouder Marjolein Moorman en er worden miljoenen beschikbaar gesteld voor de bestrijding ervan. Maar een overkoepelende aanpak ontbreekt en het is onduidelijk hoe initiatieven worden geëvalueerd, blijkt uit onderzoek van De Balie Live Journalism en AT5.

Mentorprojecten, culturele uitstapjes, bliksemstages, burgerschapsonderwijs, gedragsprogramma’s, kunstvakken, naschoolse activiteiten, verlengde schooldagen, taalklassen, voorleessenioren, bijlessen, huiswerkklassen. Amsterdamse basisscholen trekken van alles uit de kast om kansenongelijkheid aan te pakken.

Ze werken daarin samen met talloze stichtingen, zelfstandigen, bijlesinstituten, hulpinstanties en bedrijven en de gemeente trekt er miljoenen subsidie voor uit. 

Maar werken deze initiatieven ook?

Het is onduidelijk hoe er geëvalueerd wordt, zo blijkt uit de enquête van De Balie Live Journalism en AT5 onder Amsterdamse basisscholen. En als er wordt geëvalueerd, dan is het niet duidelijk of en hoe die resultaten worden gedeeld onder leerkrachten en ander onderwijspersoneel op scholen. Dat is opmerkelijk, omdat uit de enquête ook blijkt dat onderwijsprofessionals vooral kennis nodig hebben over hoe ze  ongelijke kansen kunnen aanpakken.

Bekijk het slotdebat

Donderdagavond om 20.00 uur organiseert De Balie een slotdebat over dit onderzoek. Kunnen we aan de hand van deze ervaringen zien waar het misgaat en een nieuwe route vinden? Aan de hand van vier stellingen bespreken we de uitkomsten van het onderzoek met professionals uit het onderwijs. Volg het debat vanaf 20.00 uur op AT5. 

Quote

'Het is een projectencarroussel zonder dat er op een fatsoenlijke manier wordt gekeken naar het effect'

maurice crul, onderwijssocioloog

De uitkomst van het onderzoek verbaast Maurice Crul, onderwijssocioloog aan de Vrije Universiteit allerminst. 'Ik roep al tientallen jaren dat er in het basisonderwijs weinig kennis is van wat werkt, wat er gedaan moet worden en er te weinig wordt geëvalueerd en gemonitord.  De schoolbesturen moeten dit centraal gaan aansturen.'

In de video hieronder reageert Crul op het onderzoek. 

Maurice Crul, onderwijssocioloog Vrije Universiteit

Verantwoording enquête

Eind februari startten De Balie en AT5 door middel van een enquête een groot onderzoek naar de rol van scholen in de aanpak van kansenongelijkheid . Ruim 100 onderwijsprofessionals reageerden uiteindelijk op de vragenlijst. Samen vertegenwoordigen ze ruim 50 basisscholen uit alle stadsdelen en ruim een kwart van alle Amsterdamse basisschoolleerlingen.

De enquête werd uitgezet vlak voordat het coronavirus aan haar opmars begon

Effecten onduidelijk  

Dat niet ieder Amsterdams basisschoolkind bij gelijke intelligentie en talenten dezelfde kansen op de schoolladder heeft, is bekend. Ook het merendeel van de onderwijsprofessionals (bijna 60%) uit de enquête vindt dit op hun school een probleem

Toch zegt driekwart dat er op hun school aan kansengelijkheid wordt gewerkt, variërend van 'al 30 jaar bezig' tot 'vorig schooljaar begonnen'. Er wordt een keur aan activiteiten ingezet om bijvoorbeeld , lezen, rekenen en ouderbetrokkenheid te verbeteren. 

Maar of deze activiteiten effectief zijn, is dus niet altijd duidelijk. Ruim de helft van de respondenten (54%) weet niet of de activiteiten worden geëvalueerd. Een kwart zegt dat de activiteiten worden geëvalueerd, of dat een evaluatie staat gepland. En mocht er in de scholen van die eerste groep wel een evaluatie hebben plaatsgevonden, dan mag worden aangenomen dat de resultaten daarvan niet of onvoldoende zijn gedeeld en besproken. 

Quote

'Scholen doen heel veel aan kansenongelijkheid, met veel energie en liefde, maar versnipperd'

Inge de wolf, hoogleraar en onderwijsinspecteur

'Scholen doen heel veel, met veel energie en liefde, maar versnipperd', zegt hoogleraar en onderwijsinspecteur Inge de Wolf in een reactie op de enquête-uitkomsten. 'Het thema leeft zeer, maar wordt goedbedoeld vertaald in duizend oplossingen en acties. Doelen zijn echter niet altijd duidelijk en we weten niet of het effect heeft. Ik vrees dat dit de leerlingen die te maken hebben met kansenongelijkheid niet helpt.'

Gemeente wil betere evaluaties

In een reactie stelt de gemeente, een belangrijke financier van kansengelijkheidsinitiatieven, dat alle scholen gesubsidieerde projecten jaarlijks moeten verantwoorden met een interne ‘zelfevaluatie’.

'Die evaluatie is heel belangrijk voor de kwaliteitsborging en de verbetering van het onderwijs, de inhoud, organisatie, voorzieningen en de resultaten daarvan', zegt een woordvoerder van onderwijswethouder Marjolein Moorman. Daarnaast laat de gemeente haar Kansenaanpak jaarlijks evalueren door de UvA.

Maar Moorman benadrukt dat de schoolbesturen zèlf eindverantwoordelijk zijn voor de ingediende plannen, de evaluaties en voor het delen en bespreken van deze evaluaties met de leraren en de scholen. De gemeente stimuleert dat, via bijvoorbeeld kennisdelingsbijeenkomsten. 'Het komende jaar zullen we samen met de schoolbesturen kijken hoe we de stedelijke evaluaties nog beter kunnen bespreken met de leerkrachten.'

Quote

'Hoe meet je of een huisbezoek van een leerkracht aan een gezin effect heeft?'

Paul van hattem, directeur basisschool de klimop

De effecten van kansengelijkheidsinitiatieven zijn soms ook moeilijk te meten,  blijkt uit vervolggesprekken. Zo investeren leerkrachten van de openbare basisschool De Klimop (143 leerlingen) in Noord veel in huisbezoeken en oudergesprekken, vertelt directeur Paul van Hattem.

Veel van zijn leerlingen komen uit éénoudergezinnen, gezinnen met een migratieachtergrond of een gezin waar armoede een rol speelt.  Jaarlijkse huisbezoeken geven inzicht in de thuissituatie van leerlingen en de mogelijkheid om ouders te helpen bij bijvoorbeeld de aanpak van schulden. Ook kan een huisbezoek de ouderbetrokkenheid bij de school vergroten.

Dat is althans het doel, zegt Van Hattem. 'Door interesse te tonen in de thuissituatie en in gesprek te gaan met ouders, voelen die zich gezien en gewaardeerd.' Elk gezin wordt - als ze meewerken - één keer per jaar bezocht, dat kost een leerkracht gemiddeld een half uur per week. 

'Wij vinden het succesvol als er een goede samenwerking en verbinding ontstaat tussen ouders en school, waardoor het kind kan groeien', stelt Van Hattem. 'Maar hoe meet je of die huisbezoeken echt effectief zijn? In een tevredenheidsonderzoek onder ouders zal je vooral succesverhalen horen. Ik denk dat het moeilijk te onderzoeken is.' 

Ouderbetrokkenheid is van belang voor kansengelijkheid, vinden veel onderwijsprofessionals. Bijna 37% noemt het beperkte contact tussen school en ouders problematisch. Een derde zou daar meer in willen investeren. 

Quote

'Evalueren van methodes zou een dagelijke activiteit moeten zijn'

elize jong, directeur onze amsterdamse school

Ook Elize Jong, directeur van Onze Amsterdamse School in West (120 leerlingen) weet hoe moeilijk meten is. Vooral van zoiets als het leren begrijpend lezen, volgens Jong 'hèt ticket om uit een achterstandssituatie te komen'. Daarom is dit een speerpunt van de school tegen kansenongelijkheid. 

'Bij begrijpend lezen gaat het niet om losse vaardigheden zoals het maken van een staartdeling of hoofdrekenen. Maar je moet achterhalen wat het kind dènkt. Dat maakt het meten van resultaten hierop veel complexer dan bij rekenen.'

Evalueren is ontzettend belangrijk, zegt Jong. 'Het zou een dagelijkse activiteit moeten zijn, om te weten of we de kinderen genoeg leren, of dat we andere doelen moeten stellen.'  Naast de reguliere toetsen organiseert Jong halfjaarlijkse interne evaluatiemomenten. Elke leerkracht wordt door een intern begeleider individueel geïnterviewd. 

'Daarbij kijken we altijd naar het handelen van de leerkracht en niet naar de thuissituatie van een kind. Het zit in ons allemaal om het daar al snel op te gooien. En het is ook zorgelijk hoe sommige kinderen opgroeien, maar die thuissituatie is een gegeven. Het probleem van kansenongelijkheid ligt ook bij scholen zelf. Bij het evalueren moet je naar je eigen aanpak kijken, dáár heb je invloed op.'

Kijk hieronder naar een gesprek met Elize Jong: 'Intensief taalonderwijs is de sleutel tot kansengelijkheid.' 

Elize Jong, directeur Onze Amsterdamse School in West

Evalueren lastig door werkdruk en lerarentekort

Ook voor de gemeente Amsterdam blijft evalueren een uitdaging. Zo blijkt uit een externe evaluatierapport van de Kansenaanpak (UvA, november 2019). Slechts een beperkt aantal scholen werkte hieraan echt mee.

Lerarentekorten en werkdruk waren voor twee derde van de 184 gesubsidieerde scholen argumenten om niet de gevraagde informatie aan te leveren. Eén schoolbestuur adviseerde de scholen zelfs dat niet te doen,terwijl scholen die subsidie krijgen zich wel gecommitteerd hebben aan het meewerken aan deze externe evaluatie.

Dat heeft geen financiële consequenties gehad, stelt een gemeentewoordvoerder, maar het heeft wel geleid tot een intensiever contact met, en ondersteuning aan, de scholen voor een betere respons. 'Deze evaluatie vond voor het eerst plaats en we wilden de scholen die door het lerarentekort al onder enorme druk stonden niet nog eens extra belasten.'

De verscheidenheid aan interventies maakt vergelijken lastig, schrijven de UvA-onderzoekers in het evaluatierapport. 'Een belangrijk voordeel van de Kansenaanpak zijn de eigen keuzes en vrije invulling van scholen om de leerlingen een interventie op maat aan te bieden. De keerzijde daarvan is, is dat het door de diversiteit aan interventies, leerlingen, betrokken personeel en zelfgekozen evaluatievormen lastig is om de resultaten met elkaar te vergelijken. Conclusies trekken op harde gegevens is daardoor niet mogelijk.'

Meer mankracht en kennis nodig 

Dat er weinig wordt geëvalueerd, is des te opmerkelijker gezien een andere opvallende uitkomst van de enquête. Ongeveer de helft van de respondenten, onder wie ook schoolleiders, vindt dat hun school meer aan kansengelijkheid moet doen. Daarvoor is vooral mankracht en kennis nodig is (circa 50%), meer nog dan geld (44%). 

Uitslagen enquête: Kansenongelijkheid volgens onderwijsprofessionals vooral geworteld in de thuissituatie

Volgens tweederde van de respondenten ligt kansenongelijkheid bij factoren in de thuissituatie van de leerlingen, zoals taalachterstand (77%), armoede en schulden bij de ouders of verzorgers (72%), migratieachtergrond (57%) en de praktische (‘lagere’) opleiding van ouders (54%).

Jolanda Buitenhuis, directeur van de Narcis-Queridoschool in West, vat het zo samen: 'Je toekomst wordt niet alleen bepaald door wat je weet en kunt, maar ook door je geboorteplaats, het salaris van je ouders en door de kleur van je huid.' 

Om kansenongelijkheid aan te kunnen pakken, noemen verschillende respondenten de noodzaak van bijscholing. 'Er zijn enorm veel initiatieven in de stad. Niet iedereen is op de hoogte', zegt een leerkracht (anoniem) van een basisschool in Oost. 'De intentie is er', zegt een andere leerkracht.  'Maar als er een gefundeerde aanpak is voor kansengelijkheid, dan moet deze gedeeld worden met alle scholen.' 

Die gedeelde aanpak ontbreekt. Dat blijkt uit de veelheid aan initiatieven en de uiteenlopende definities van wat onder kansenongelijkheid wordt verstaan.

Tegelijkertijd drukt het aanpakken van kansenongelijkheid ook op het werk, tijdsverdeling en motivatie van hen die in het basisonderwijs werken. Ze moeten 'extra begeleiding en tijd geven aan deze kinderen', 'extra alert zijn' op de behoeften van kinderen en zijn soms 'meer bezig met opvoeden dan met lesgeven.' 

Onmacht en frustratie 

Dat maakt het werk ook ingewikkeld en zwaar, zo blijkt uit de antwoorden van ruim een derde van de respondenten. 'Lesgeven is het mooiste beroep op aarde, maar door de problematiek ook heel zwaar', aldus een leerkracht op een school in Zuid. Ze ervaren veelal een hoge werkdruk, maar ook gevoelens van onmacht en frustratie.

Soms klinkt pure wanhoop uit de antwoorden. Zo schrijft een leerkracht van een grote school in het centrum (anoniem) 'het niet lang meer te willen en kunnen volhouden.' Een ander is er om die reden mee gestopt. Een schooldirecteur van een grote school in Nieuw-West schrijft: 'Het is als schoolleider niet meer te doen je hebt het gevoel er geen invloed meer op te hebben. Rug tegen de muur. Dweilen met de kraan open.'

Gerichtere aanpak nodig

Scholen kunnen het zichzelf een stuk makkelijker maken, zegt hoogleraar en onderwijsinspecteur Inge de Wolf. 'We zouden de aanpak van kansenongelijkheid veel gerichter kunnen doen. Als je vooral inzet op de leerlingen die onderpresteren terwijl ze beter kunnen en niet op alle leerlingen uit kansarme gezinnen, heb je te maken met een kleinere groep. Dat maakt interventies veel kansrijker. Het is wel de vraag of scholen weten welke leerlingen dit betreft. Je moet ze dan goed kennen en volgen, wat lang niet standaard is bij alle leraren.'

Dat vereist ook dat we weten wat werkt en dat we meer gaan evalueren, voegt De Wolf toe. In andere landen gebeurt dat volgens haar al veel meer, worden scholen actief ondersteund met kennis op maat. 'Kennisinstituten brengen in kaart wat werkt en de overheid stuurt aan op evidence informed onderwijs.'

De Wolf: 'Gelukkig is uit de literatuur best bekend wat effectieve aanpakken zijn. Waarom starten we daar niet mee en evalueren we of deze ook in Amsterdam werken? Met onze academische werkplaats zijn we nu overzichtelijke handreikingen voor scholen aan het maken, gebaseerd op wetenschap en bruikbaar voor Nederlandse scholen.'

Vooroordelen

Veel minder respondenten leggen een verband met bijvoorbeeld onderadvisering/onderschatting van de leerlingen (29%) en mindset van de leerkrachten en/of het schoolbestuur (20%).

Tien respondenten leggen min of meer expliciet een verband met vooroordelen en schooladviezen. Volgens hen ontstaat kansenongelijkheid als 'blinde vlekken' en het 'bij voorbaat al plaatsen van kinderen in een hokje op basis van afkomst'  leiden tot lagere schooladviezen.

'Het gaat niet om programma's', stelt intern begeleider Karen van Kooten. 'Maar om je eigen rol te willen zien als school, bewust zijn van eigen vooroordelen, open te staan voor andere meningen en achtergronden.' Onlangs berekende de Amsterdamse dienst Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS, 2020) dat 60% van de schooladviezen niet aansluit op de cito-score.

Lerarentekort bepalende factor

Ook belemmeringen in het onderwijssysteem, zoals de vroege selectie (dat kinderen al op hun twaalfde hun schooltype moeten kiezen) en moeilijke doorstroom - worden maar door een kwart van de respondenten genoemd. Wel wordt het lerarentekort (46%) als een bepalende factor gezien.

Scholen met veel achterstandsleerlingen worden het hardst geraakt door het lerarentekort. Terwijl juist deze kinderen, zoals een leerkracht (anoniem) op een school in Nieuw-West zegt, behoefte hebben aan stabiliteit en regelmaat. 'Kwetsbare kinderen hebben last van een sneller verloop van leerkrachten door het lerarentekort.'

'Scholen hanteren een heel algemene definitie van kansenongelijkheid' , zegt Inge de Wolf. 'Het lijkt vooral te gaan om het helpen van gezinnen uit arme, laagopgeleide en/of migrantengezinnen. Eigenlijk ongeacht hoe deze leerlingen zich ontwikkelen. Dit maakt het gelijk een heel grote uitdaging. Verder valt me op dat hun eigen verwachtingen, die onbewust bevooroordeeld zijn, niet als probleem genoemd worden. Dit terwijl we uit onderzoek weten dat dit een van de hoofdproblemen is. Dit is zichtbaar bij de schooladviezen, waarbij grote groepen leerlingen in Amsterdam ondergeadviseerd worden. Het heeft opnieuw te maken met de definitie: kijken we naar alleen de thuissituatie of naar achterstanden in de ontwikkeling van het kind. Ik ben voor dat laatste.'

De gevolgen van corona  

Wat betekent de coronacrisis voor gelijke kansen? Een aantal respondenten deed een voorzet. Zo schrijft een leerkracht dat de kansenongelijkheid 'pijnlijk aan het licht komt' nu. “Ouders die geen Nederlands spreken of laag opgeleid zijn, zijn niet geschikt voor het geven van thuisonderwijs. Bovendien speelt armoede een rol. Het hebben van middelen als internet en een computer is belangrijk, maar ook het creëren van een veilige leeromgeving thuis.'

Een leerkracht op een openbare school in West (anoniem) zag een initiatief vervliegen. 'Er wordt maar mondjesmaat aan gelijke kansen op school gewerkt. 'Na veel aandringen van mijn kant zou er eindelijk voor een zeer beperkt aantal leerlingen en taalproject starten na school, maar dit is door het coronavirus niet meer mogelijk dit schooljaar.' 

Volgens Elize Jong van Onze Amsterdamse School is de kansenongelijkheid wel toegenomen door de coronacrisis. 'We zien dat sommige kinderen ontzettend hebben geprofiteerd van het thuisonderwijs van hun ouders, anderen juist helemaal niet. Maar we gaan weer met ze aan het werk en in juni gaan we toetsen afnemen. Niet om ze af te rekenen, maar om te kijken: waar staan we nu met z'n allen en hoe kunnen we ons onderwijs volgend jaar zo goed mogelijk laten aansluiten op de situatie van de kinderen.' 

Whatsapp